bewakingscamera_bivakmuts_8673In een elektronicazaak worden de ruiten ingegooid. Twee mannen met bivakmutsen, gaan naar binnen en komen even later met een plasma TV naar buiten om zich vervolgens met een bestelbus uit de voeten te maken. Een bewakingscamera heeft het..


allemaal feilloos geregistreerd en heeft alle beelden uitgeprint. De print-outs worden automatisch naar een scanner getransporteerd, waar ze worden ingelezen door een computer die met intelligente beeldverwerkingsoftware de beelden beoordeelt. De computer ontdekt onraad (beweging) en stuurt een sms-je naar de eigenaar. De inbrekers zijn dan al mijlen ver weg….

 
 

Het idiote van deze gegevensverwerking ziet iedereen onmiddellijk: de beelden komen immers in zodanige vorm uit de bewakingscamera dat ze direct door de computer zouden kunnen worden “bekeken” en geïnterpreteerd. De omweg van uitprinten en weer inscannen herkennen we direct als nodeloos omslachtig.

 
 

Maar als het om ons bewustzijn gaat, zijn we ineens veel minder in staat om dergelijke output-input omwegen als onzinnig of overbodig te herkennen.

 
 

Stel dat ikzelf de inbraak waarneem. Mijn ogen registreren feilloos wat er allemaal plaatsvindt, de beelden op mijn netvlies worden omgezet in electrochemische signalen en via zenuwbanen naar mijn hersenen geleid. In mijn brein worden de electrochemische signalen weer omgezet in beelden die gepresenteerd worden aan mijn “geest”. Mijn geest (mijn “zelf”, “ik”) bekijkt de beelden, gebruikt geheugen en intelligentie van mijn brein en herkent onraad. Ik schrik en kom vervolgens in actie (hoop ik).

 

Ziet er niet onlogisch of omslachtig uit, toch?

 
 

Dat komt omdat we onze geest ervaren als “iets” dat los van ons brein bestaat en er slechts in “woont” en niet als iets dat door het brein zelf wordt gecreëerd.  De informatie van de beelden, die in electrochemische vorm in ons brein beschikbaar is, moet dan weer omgezet worden in een vorm, die mijn geest, “ik”, kan “zien en interpreteren”; een soort intern theater dus (door Daniel Dennet het Cartesiaans Theater genoemd, naar de filosoof Descartes, die de geest – brein dualiteit onderzocht). De wens om het bewustzijn als een entiteit te zien, die losstaat van het brein en er alleen maar mee communiceert, komt voort uit onze beleving en onze wens dat ons “ik” meer is dan een hersenproces en wellicht ergens bewaard kan blijven met al z’n opgebouwde ervaring en kennis, na het overlijden van de hersenen. Deze wens leidt echter tot het ontstaan een volstrekt overbodige hindernis op de weg naar meer begrip en kennis over ons onszelf en tot filosofische complicaties die Chalmers dan ook “the hard problem” noemt.

 
 

Als we, zoals Dick Swaab, Damasio, Dennet en een groeiend aantal van hun collega’s, aannemen dat ons “zelf” een constructie is van ons brein en dus een verzameling electrochemische processen moet zijn, dan kunnen de beelden van mijn netvlies als electrochemische representaties (Damasio noemt ze “maps”) direct geïntegreerd worden in mijn “ik” ervaring. Dát gaat pas snel! Het gaat zelfs zo snel dat mijn brein al automatisch een eerste interpretatie en schrikreactie in gang heeft gezet, een fractie van een seconde voordat mijn brein de ervaring heeft geïntegreerd in mijn bewustzijn. De schrikreactie van mijn lichaam is er al voordat ik de bivakmuts bewust zie. Lees “De vrije wil bestaat niet” van Victor Lamme voor de meest spraakmakende onderzoeksresultaten op dit gebied.

 
 

De geschiedenis van de wetenschap leert dat de minst complexe oplossingen meestal de juiste zijn. Ons “ik” als een complexe verzameling hersenprocessen maakt een onbegrepen en onverklaarbare “geest” die in ons brein zou wonen, overbodig om te begrijpen wat ons bewustzijn is.  Onze hersencapaciteit is zo formidabel groot (*), dat er gemakkelijk “software” op kan draaien die alle input tot informatie verwerkt en vervolgens die informatie via een programma dat je “bewustzijn constructie” zou kunnen noemen, kan omzetten tot de rijke belevingswereld die de eigenaar van die hersenen ervaart.

 
 

Het is dus niet zo dat onze hersenen een “natuurgetrouw” beeld geven van wat er buiten (en binnen ons) “werkelijk” gebeurt of bestaat (Das Ding an sich, zoals Kant het noemt) . Onze beleving is de activiteit van onze hersenen, die voortdurend mee verandert met de constante stroom impulsen uit de omgeving en ons lichaam die via onze zintuigen de hersenen bereiken (lees Damasio Het zelf wordt zich bewust!). Gebeurtenissen in onze omgeving kunnen we slechts waarnemen als het effect ervan op de patronen van onze hersenactiviteit. Niets van wat we waarnemen is “werkelijkheid”.

 
 

Dat is even wennen, want het gaat regelrecht tegen onze beleving in. Wat we zien “is”er toch zoals het eruit ziet, zo laat ons brein ons geloven. En zo is het ironisch genoeg ons eigen brein, dat weigert te accepteren, dat het zelf het bewustzijn van zijn eigenaar creëert.

 

 

 
 

(*) Pas in 2015 hebben de krachtigste computers volgens de Amerikaanse futuroloog Ray Kurzweil, net zoveel geheugencapaciteit en denkkracht als het menselijk brein. Hij zegt erbij, dat in 2050 één computer de geheugencapaciteit en denkkracht heeft van alle mensen op aarde te samen!

 

Foto: de waakzame blik van een zanghavik in Zuid Afrika