huismus 600br3285De mus houdt zich niet bezig met de zin van zijn bestaan. Zijn brein is te simpel voor de creatie van een geest die in staat is tot weerspiegelingen over zichzelf. Toch is zijn brein opgebouwd uit dezelfde bestanddelen als dat van ons. Het is alleen veel
kleiner en mist een paar componenten, die wij wel hebben. Maar als je ver genoeg terug gaat in de evolutie hebben wij en de mus een gemeenschappelijke voorouder met hetzelfde brein. Ons brein heeft alleen een andere evolutionaire route gevolgd. En wat recent wetenschappelijk onderzoek ons duidelijk maakt: ons brein creëert onze geest; wij zijn ons brein om met Dick Swaab te spreken. En dus is ook onze geest, ons bewustzijn, ons IK door natuurlijke evolutie geworden tot de intelligente denkmachine die het nu is.  Antonio Damasio, een autoriteit op gebied van bewustzijnsonderzoek, stelt zelfs dat bestudering van de oorsprong en de evolutie van het brein onmisbaar is om de werking van onze eigen geest, ons eigen IK te doorgronden [*]. Vanuit dat perspectief, dat de menselijke geest via evolutie is ontstaan, moeten we aannemen dat de eigenschappen van die geest evolutionair voordeel opleveren. Oftewel, dat de bewuste menselijke verlangens en behoeften door ons brein geproduceerd worden omdat ze ons voordeel opleveren in de strijd om het bestaan. Inclusief onze behoefte om van alles wat gebeurt te weten wat er het nut, het doel van is! Deze behoefte om te weten, de basis van onze nieuwsgierigheid, leidt tot het verwerven van kennis en begrip van de wereld en ons zelf. Het behoeft nauwelijks betoog dat deze kennis ons een groot voordeel oplevert in de strijd om het bestaan. Bij de mus is deze behoefte aan begrijpen niet geëvolueerd; zijn brein heeft er de capaciteit niet voor. Hij kan de betekenis van een schoteltje melk in de tuin niet begrijpen. Hij reageert pas op de flitsende beweging van een scherpe klauw: te laat!

Maar de evolutionair zeer waardevolle behoefte om te zoeken naar nut en bedoeling, die ons brein heeft geëvolueerd tot het huidige niveau van kennis en intelligentie,  heeft een nadeel: Wij zoeken onophoudelijk naar de bedoeling van alles en vooral van het belangrijkste dat ons overkomt: ons eigen bestaan. En net als met andere behoeften zoals eten en slapen, heeft ons brein bevrediging van de behoefte nodig om niet een constante staat van onrust te genereren: ons brein heeft antwoorden nodig! En daarom klampen we ons vast aan elke theorie over de bedoeling van het bestaan, elke religie, die nog niet ontkracht kan worden door de wetenschap. En sluiten we ons af voor nieuwe informatie die de kwellende vraag naar de bedoeling weer op de agenda zet.

Maar we zullen onder ogen moeten zien, dat de eigenschap van ons brein om voor elke gebeurtenis een bedoeling en een reden te verlangen, weliswaar evolutionair noodzakelijk is om ons brein steeds intelligenter te maken, maar dat het daarmee nog niet noodzakelijk is dat er voor alles wat gebeurt ook werkelijk een bedoeling of een reden bestaat.

Dat wij een bedoeling van ons bestaan nodig hebben om te kunnen leven, betekent niet dat het leven niet kan bestaan zonder bedoeling

En daarin is de mus dan weer slimmer dan wij: hij kwelt zich niet met de zinloze vraag naar de bedoeling van zijn bestaan.  

 

[*] In zijn boek Het zelf wordt zich bewust, noemt Antonio Damasio de evolutionaire geschiedenis van het brein “het vierde perspectief “ voor bewustzijnsonderzoek. Naar zijn mening moeten we de aard van het bewustzijn niet alleen proberen te begrijpen via persoonlijke ervaring van de eigen geest (1e perspectief), bestudering van de relatie tussen gedrag en geestelijke toestand bij anderen (2e perspectief) en het onderzoeken van de hersenen (3e perspectief), maar moeten we ook de feiten uit de evolutiebiologie gebruiken (4e perspectief). “Het vierde perspectief vraagt van ons de zich steeds verder ontwikkelende wijzigingen in zenuwstelsels op te merken en te koppelen aan een zich steeds verder ontwikkelende geest en een zich steeds verder ontwikkelend zelf”

Foto: huismus