paardenbijter tekst pslr 3050 Bert Keizer schreef een boekje met de titel “waar blijft de ziel” in het kader van de maand van de filosofie en hield 16 april  daarover een voordracht in Zwolle.  Hij wil vooral een tegengeluid geven tegen de ideeën van vooraanstaande hersenwetenschappers zoals Swaab en Damasio die korte metten maken met de ziel en de geest.

Niets anders dan complexe patronen van hersenactiviteit, is hun boodschap. Of eigenlijk hun filosofie, want wetenschappelijk bewezen is het ook weer niet . Maar, zegt Keizer, deze neurosofen, zoals hij ze noemt, kúnnen het niet bij het rechte eind hebben. Hoe ver je de hersenen ook ontleedt, steeds duikt “tussen” de neuronen, moleculen en atomen toch weer dat spookje van de geest op. Hoe kunnen neuronen of atomen de bouwstenen zijn van onze geest of onze ziel? Als we een besluit nemen, zijn het dan de neuronen die dat doen? Onzin, vindt Bert Keizer. Hoewel hij niet gelooft in een ziel of geest die zonder hersenen kan bestaan, is hij ervan overtuigd dat ziel en geest meer is dan neuronactiviteit alleen. Ook de kleinste dieren hebben neuronen, maar het is de geest en de ziel die ons duidelijk onderscheidt van bijvoorbeeld slakken.

Dan stelt iemand de vraag of honden een ziel hebben. Honden wel, vindt Keizer, en katten wellicht, maar muizen? En een libelle zeker niet. Keizer weet niet precies waar de grens ligt en stapt daar luchtig overheen. Maar hier zit een cruciale ongerijmdheid in zijn (en ons) denken! Als je ervan uitgaat dat alle leven via evolutie is ontstaan uit eenvoudige cellen, dan kan het niet anders of ziel en geest zijn mee geëvolueerd met de evolutie van het leven. Het alternatief is namelijk, dat bij het bereiken van een bepaald niveau in de evolutie, ziel en geest plotseling aan het leven werden toegevoegd. Van de ene mutatie op de volgende! Waarom? En waar kwam die ziel of geest ineens vandaan? Wie besloot tot deze ingreep? God? Daar nemen we tegenwoordig geen genoegen meer mee. De meeste weldenkende mensen aanvaarden het overvloedige wetenschappelijke bewijs voor natuurlijke evolutie als de oorsprong van alle leven op aarde. Ook Bert Keizer. Hij geeft desgevraagd zelf aan dat hij niet in een god gelooft als de regisseur van het leven. Meer als de beléving van ons bestaan dan als de schépper er van; zonder leven is er geen god. Een plotselinge toevoeging van ziel of geest aan het leven door een “hogere macht” is in het licht van de huidige kennis over natuurlijke evolutie dan ook uitermate onwaarschijnlijk. Ziel en geest zijn logischerwijs mee geëvolueerd met de evolutie van het leven. Mee geëvolueerd met de evolutie van het brein. Ook een libelle heeft al een klein beetje geest.

Gaan die neurosofen toch gelijk krijgen? Is het brein de schepper van je geest en je ziel; van je “zelf”. Maar hoe kunnen neuronen je een beleving van een “zelf” geven; een geest creëren? Hoe kunnen neuronen besluiten nemen? We moeten daarvoor niet naar één neuron kijken, maar naar het effect van de activiteit van ontelbaar veel neuronen.

Vergelijk het met pixels van een beeldscherm:

Eén pixel kan geen beeld vormen, één pixel kan alleen van kleur veranderen en van lichtsterkte, het zijn de patrónen van pixels met bepaalde kleuren en intensiteiten die samen een beeld vormen op het scherm van je monitor. Via de kabel komen signalen naar de monitor, die daarop reageert met veranderingen in de kleur- en intensiteit van alle pixels: er ontstaat een nieuw beeld. Snelle opeenvolging van wisselende patronen van pixel activiteit zorgt voor snelle opeenvolging van beelden; we zien bewegende beelden. Die beelden bestaan nooit werkelijk, ze blijven een illusie opgewekt door patronen van pixel activiteit. Het beeld is, wat men noemt, de emergente manifestatie van de activiteit van talloze pixels.

De representatie van omgeving en lichaam in het brein kun je beschouwen als de emergente manifestatie van de activiteit van talloze neuronen. Eén neuron kan geen representatie (gecodeerd “beeld”) van je omgeving of van je lichaam creëren. Eén neuron kan alleen electrische stroomstootjes geven (“vuren” in neuro-jargon) die variëren in sterkte en duur. Alleen de gecombineerde actie van heel veel neuronen kunnen in de vorm van patrónen van neuronactiviteit in je brein zo’n representatie tot stand brengen. Via je zintuigen komen signalen naar de hersenen die de patronen van neuron activiteit voortdurend veranderen. Zo verandert voortdurend de representatie van de buitenwereld in je hersenen mee met de veranderingen in die buitenwereld. Hetzelfde geldt voor de representatie van de toestand van je eigen lichaam (je gevoel) via signalen uit je lichaam.

Tot hiertoe zijn bijna alle neurowetenschappers het wel met elkaar eens. De grote vraag is echter hoe die representaties van de omgeving en van ons “zelf” in het brein worden “gedecodeerd” en aan “ons” worden gepresenteerd als herkenbare beelden en gevoelens ( “The hard problem” zoals Chalmers dat noemt).  Het baanbrekende inzicht van neurologen als Dick Swaab is nu de constatering dat zo’n omzetting er niet is! Er bestaat in het brein niet een “zelf”, een “ik”, waaraan informatie van wereld of van het lichaam wordt gepresenteerd. Decoderen van de patronen van neuronactiviteit is helemaal niet nodig! De patronen van hersenactiviteit, die informatie uit de omgeving  zoals beelden, geuren en geluiden in het brein representeren, zijn zelf onze beleving van de omgeving. En de patronen van hersenactiviteit die de informatie van het lichaam in het brein representeren, zijn zelf de beleving van “gevoel”. Samen met de beleving van de omgeving en aangevuld met patronen van neuronactiviteit die het brein zelf produceert, zoals denken en herinneren, ontstaat het complexe samenspel van patronen van neuronactiviteit, dat zelf de ervaring van een “ik” is. Of zoals Swaab dat ultra kort samenvat: “wij zijn ons brein”.

Natuurlijk, we weten nog lang niet hoe al die patronen er uitzien en hoe ze precies gerelateerd zijn aan signalen van het zenuwstelsel en de zintuigen. Bovendien komt niet alle informatie van de zintuigen in ons bewustzijn terecht; kennelijk is bewuste beleving voortdurend een selectie uit alle patronen van neuronactiviteit. Ook weten we nog niet hoe patronen van vroeger kunnen worden opgeslagen (geheugen) en weer kunnen worden opgeroepen (herinnering). Of hoe het brein patronen van vroeger koppelt aan patronen van bewustzijn en spraak (denken). Maar Damasio en anderen hebben hiervoor al diverse aannemelijke (toetsbare!) mechanismen gepostuleerd. Bedenk dat het brein, anders dan de hooguit miljoenen pixels van een beeldscherm, tientallen miljarden neuronen heeft.  Het inzicht dat wij ons brein zijn is de cruciale doorbraak, de rest is een kwestie van tijd en stug doorgaan met onderzoek.

En waar blijft dan de ziel? Ziel is een mooie en heel bruikbare benaming voor de individuele eigenwaarde van levende wezens, hun essentie, hun identiteit. Maar zonder die wezens is de ziel nergens..

 

Links naar Bert Keizer, Antonio Damasio en Dick Swaab

 

Geplaatst: 17 augustus 2012           Foto: Paardenbijter (Bert Ooms)